Versterking van eigen kracht bij bewoners

In de loop der jaren zijn steeds meer “overlevers” in de Leonardusbuurt komen wonen. In het algemeen kan gesteld worden dat er sprake is van een disbalans in de verhouding draagkracht en draaglast. De zwaksten dragen de meeste problematieken met zich mee.

Het versterken van lokale netwerken wordt de belangrijkste uitdaging de komende jaren. Burgerkracht, zelfredzaamheid en participatie van inwoners staan hierin centraal; zo ook in de Leonardusbuurt. Het belang van eigen kracht en sociale netwerken neemt steeds meer toe.

Het versterken van kleinschalige sociale netwerken in de Leonardusbuurt is van belang om de vele ondersteuningsvragen zoveel als mogelijk in die sociale netwerken op te lossen en ondersteuning zoveel als mogelijk in hun eigen leefomgeving te laten plaatsvinden.

Sterke lokale netwerken bestaan uit actieve inwoners, vrijwilligers, burenhulp, mantelzorg, actieve bewonersgroepen en stevige basisvoorzieningen, zoals wijkhuizen, scholen en ander maatschappelijk vastgoed. Ook de inzet van collectieve voorzieningen, zoals zorg en gemakdiensten, spelen hierbij een rol. Ideeën vanuit de buurt kunnen initiatieven zijn zoals dagbesteding en eetpunten voor bepaalde doelgroepen.

Een mooi initiatief elders is het concept ZorgSamen Buurt. Een initiatief dat zeer geschikt zou zijn in de Leonardusbuurt. Hierbij wordt van uitgegaan van een netwerk van burenhulp (waar mensen elkaar daar waar mogelijk ondersteuning bieden) dat een belangrijke rol kan spelen bij de wens van inwoners om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen.

Het succesvolle buurtpreventieproject kan de basis vormen voor het ontstaan van zo’n netwerk van burenhulp in de Leonardusbuurt.
In dit kader zou ook oud en jong kunnen worden verbonden door het doen van allerlei klusjes door jong voor oud.

Om de oploskracht van lokale sociale netwerken beter te benutten, werken de professionals steeds meer gebiedsgericht . Denk hierbij aan de opvoed-ondersteuner, participatiecoach en Wmo consulent. Belangrijk is dat deze professionals ruimte gaan bieden en open staan voor meer samenwerken met vrijwilligers en dat zij kansen bieden aan ervaringsdeskundigheid onder bewoners. Deze professionals maken deel uit van een breed wijknetwerk en zijn erop gericht de burgerkracht en oploskracht van de wijk aan te boren en te ondersteunen.

Bijschrift foto

Bijschrift foto

De kracht van bewoners in de Leonardusbuurt kan ook versterkt worden met de inzet van ervaringsdeskundigheid bij zelfhulp. Het contact met iemand die soortgelijke problemen meemaakt en het horen hoe die persoon ermee is omgegaan maakt mensen sterker. Het samen delen van ervaringen en het gezamenlijk zoeken naar of ondersteunen bij oplossingen versterkt de zelfredzaamheid. Tevens doet dit het beroep op professionele individuele vormen van ondersteuning en zorg afnemen.

In overleg met onze partners in zelfhulp willen we kijken welke behoefte er in de Leonardusbuurt ligt en wat nodig is. Ook is er aandacht voor het opstarten van zelfhulpgroepen voor bewoners met zware complexe problematieken, zoals verslaving en dakloosheid. In Helmond West is hiermee inmiddels ervaring opgedaan.

Ook het voortzetten van het project “Aanpak achter de Voordeur”, zoals in de voorgaande paragraaf omschreven, biedt kansen tot het versterken van de persoonlijke kracht.

Door de huisbezoeken kunnen de bewoners tijdig worden gewezen op beschikbare ondersteuning, waardoor de problemen zich niet blijven stapelen.
De focus zal daarom liggen op het integraal aanpakken van problemen, vroegtijdig signaleren en preventieve aanpak. Om de verbinding met het wijknetwerk te versterken gaat de gemeente Helmond vanaf 2016 werken met sociale kernteams. Het doel is om problematieken en ondersteuningsvragen meer integraal aan te pakken. Voor de Leonardusbuurt wordt voorgesteld om hiervoor het ervaren kernteam van het project “Aanpak achter de Voordeur” te benutten. Kern van deze werkwijze is samen te vatten als collectief verantwoordelijkheid nemen. Samen voor hetzelfde doel staan en over grenzen heen durven kijken en werken. Op gebiedsniveau kan dan op actuele thema’s gezamenlijk gestuurd worden en op casusniveau kan worden doorgepakt.